Wat maakt een psychedelische setting veilig genoeg om je open te stellen en je uit te spreken?

“Je kunt je helemaal aan de ervaring overgeven.” Dat klinkt geruststellend, zeker als je het spannend vindt om de controle los te laten. Maar waaraan geef je je precies over: aan de truffels, aan wat er in je opkomt of aan de begeleider? Overgave kan betekenen dat je ja zegt tegen wat zich aandient: dat je jezelf toestaat iets te voelen of de behoefte loslaat om de ervaring te controleren. Maar is er ook ruimte voor een nee?

In de psychedelische praktijk spreken we vaak over veiligheid, vertrouwen en overgave. Hoe kun je je openstellen voor een ervaring en tegelijk verbonden blijven met je eigen grenzen? Wat maakt een plek waar je wordt uitgenodigd om je open te stellen ook een plek waar je je kunt uitspreken? Wat vraagt dat van jou als deelnemer en van ons als begeleiders?

Een veilige setting is voor iedereen belangrijk. In dit artikel verken ik wat dat kan betekenen. Ik besteed extra aandacht aan vrouwen, queer personen en mensen van kleur, omdat zij mogelijk vaker te maken krijgen met bepaalde vormen van geweld, discriminatie of uitsluiting. Ook deelnemers met een beperking of neurodivergente deelnemers hebben passende ondersteuning nodig om zich veilig te kunnen voelen. Eerdere ervaringen kunnen van invloed zijn op het vertrouwen in een begeleider en op de ruimte die iemand voelt om wensen en grenzen aan te geven.

In 2022 schreef The Guardian over Meaghan Buisson, die deelnam aan een Canadees onderzoek naar MDMA-ondersteunde therapie. Opnames lieten zien hoe haar therapeuten bij haar in bed lagen en haar tegenhielden terwijl zij zich verzette. Buisson vertelde ook over seksueel misbruik door een van de therapeuten na de behandelsessies. De therapeut hield vol dat de relatie met wederzijdse instemming was aangegaan (Busby, 2022).

In zulke kwetsbare situaties leun je op de begeleider en heb je diens steun nodig. Het is de taak van de begeleider om bij je te blijven, op jou af te stemmen, te zien hoe het met je gaat en je waar nodig te helpen. Tegelijkertijd is er verschil in positie en macht: jij bent afhankelijk van de steun van je begeleider, terwijl die invloed heeft op wat er tijdens de sessie gebeurt.

Stel dat een begeleider je hand vasthoudt en je na een tijdje merkt dat je liever wilt dat die loslaat. Of misschien wil je even rechtop zitten en bewegen, maar moedigt de begeleider je aan om te blijven liggen. Toch zeg je niets. Misschien denk je op dat moment dat de begeleider wel zal weten wat goed voor je is. Misschien wil je diegene niet afwijzen, de sfeer niet verstoren of geen “lastige deelnemer” zijn. Zeker als je hoopt dat je klachten verminderen, kan het moeilijk zijn om een voorstel af te wijzen dat als helpend wordt gebracht.

Daarom is alleen zeggen: “Je kunt je grenzen altijd aangeven” niet genoeg. Als begeleider en degene die de ruimte houdt, moet je actief onderzoeken waarom het voor die deelnemer moeilijk kan zijn om zich uit te spreken en wat jij kunt doen om dat makkelijker te maken.

De ene begeleider noemt truffels een plantmedicijn; de andere spreekt over een psychedelische stof. Wat je ervaart, kan worden uitgelegd als een herinnering aan een vorig leven of als een boodschap van het universum. Voor de een past dat bij diens overtuigingen, voor de ander niet. Zeker wanneer je tijdens de ervaring ontvankelijker bent, kan zo’n uitleg overtuigend overkomen. Er moet ook ruimte en vertrouwen zijn om te zeggen: “Zo ervaar ik het niet.”

Ook ideeën over vrouwelijkheid, mannelijkheid, gender, relaties en seksualiteit vragen om zorgvuldigheid. Een uitnodiging om “je vrouwelijke energie te omarmen” kan bij iemand passen, maar een ander juist ongemakkelijk maken, zeker als daarbij verwachtingen horen over hoe iemand zou moeten zijn.

Een begeleider hoeft jouw achtergrond of overtuigingen niet te delen om goed te kunnen luisteren. Er moet wel ruimte zijn voor andere perspectieven en opvattingen. Een eenvoudige vraag als “Wat betekent dit voor jou?” geeft deelnemers de ruimte om zelf woorden te vinden voor hun ervaring, zonder dat de begeleider die eerst voor hen uitlegt.

Een veilige setting begint al vóór een ceremonie. Als je met een begeleider praat over geïnformeerde toestemming (informed consent), is het belangrijk dat je begrijpt wat de voorgestelde aanpak inhoudt, welke mogelijke risico’s en voordelen er zijn, welke alternatieven er zijn en waarvoor je wel of geen toestemming geeft.

Aanraking hoort nadrukkelijk bij dat gesprek. Alleen vragen: “Vind je het goed als ik je aanraak?” is te algemeen. Misschien voelt hand vasthouden op het ene moment goed, maar hebben jullie ook besproken hoe het zit met aanraking op andere plekken, bijvoorbeeld je schouders of borst? Misschien wil je alleen praktische hulp, zoals ondersteuning bij het opstaan om naar het toilet te gaan. Toestemming voor de ene vorm van aanraking betekent niet dat je ook toestemming geeft voor andere vormen. Bespreek deze situaties en jouw persoonlijke voorkeuren zorgvuldig.

Het is de verantwoordelijkheid van de begeleider om uit te leggen welke aanraking die eventueel aanbiedt en waarom. Spreek samen af hoe je kunt aangeven dat iets moet stoppen. Als praten tijdens de ervaring moeilijk wordt, kan een eenvoudig woord zoals “stop” of een afgesproken gebaar helpen.

Bespreek ook dat je van gedachten mag veranderen. Iets kan vooraf helemaal goed voelen en tijdens de sessie niet meer prettig zijn. In een wetenschappelijk artikel over toestemming in psychedelische therapie benadrukken Lee et al. (2024) dat toestemming een doorlopend proces is: als iemand tijdens de sessie de toestemming voor aanraking intrekt, moet dat worden gerespecteerd. Een eerdere ja blijft niet automatisch een ja.

Veel mensen hebben dit meegemaakt, ikzelf ook. Tijdens een groepsceremonie voor vrouwen voelde ik me veilig bij de begeleiders. Vooraf had ik gezegd dat ik aanraking prettig vond.

De begeleiders kwamen af en toe bij me. Mijn hand vasthouden, een hand op mijn hoofd, op een bepaald moment een hand op mijn hart: het voelde prettig. Tot een begeleider later opnieuw bij me kwam en liefdevol mijn hand vasthield. Deze keer voelde het niet goed. Ik wilde meer ruimte. Toch zei ik niets.

Ik heb die aanraking niet ervaren als een grensoverschrijding. Wel merkte ik hoe moeilijk het kon zijn om een veranderde behoefte uit te spreken, zelfs op een plek waar ik me veilig voelde. De aanraking zelf leek op die van eerder; alleen mijn behoefte was veranderd.

Bij belichaamde toestemming gaat het erom op te merken hoe een keuze in je lichaam voelt. Je kunt met woorden ja zeggen, terwijl je lichaam eigenlijk nee aangeeft. Misschien houd je je adem in of merk je dat je weg wilt bewegen.

Als deelnemer kun je vooraf uitleggen dat je het moeilijk vindt om je uit te spreken. Wat zou kunnen helpen? Misschien een korte vraag tijdens de sessie: “Voelt dit nog prettig?” Voor ons als begeleiders vraagt dit om aandacht voor wat iemand met en zonder woorden laat merken. Als iemand verstijft, weg beweegt of zich terugtrekt, is dat reden om te stoppen met aanraken en opnieuw af te stemmen.

Lichaamstaal helpt ons om zonder woorden te communiceren, maar vervangt uitdrukkelijke toestemming niet. Dat is wat belichaamde toestemming betekent: blijven voelen hoe aanraking op dat moment voor jou is.

Ook kleine keuzes kunnen ruimte geven. “Wil je dat ik hier blijf of liever iets verderop ga zitten?” “Wil je de muziek zachter of harder?” “Wil je dat ik je hand vasthoud, of liever niet?” Zulke gesprekken helpen, maar de verantwoordelijkheid mag nooit helemaal bij de deelnemer komen te liggen.

Aan wie vertrouw je je eigenlijk toe? Als deelnemer kun je daar kritisch naar kijken. Welke opleiding en ervaring heeft je begeleider? Hoe reageert die op jouw wensen en grenzen? En waar kun je terecht als er iets mis is gegaan?

Dit vraagt ook iets van het bredere werkveld. Deelnemers hebben een duidelijkere manier nodig om verantwoordelijke begeleiders te herkennen en te weten waarop ze kunnen letten bij een veiligere setting. Zeker in een werkveld dat zich nog ontwikkelt, zijn opleiding en supervisie belangrijk. Bij PsyStandard is supervisie onderdeel van het lidmaatschap (PsyStandard, z.d.). Dat helpt begeleiders om te blijven leren en samen toe te werken naar een gedeeld beeld van wat professionele, veilige en verantwoorde ondersteuning vraagt.

Met zorgvuldige begeleiding kan een psychedelische ervaring een waardevolle mogelijkheid zijn om te ontdekken hoe een ja of nee in je lichaam voelt, wat je wilt en waar je grenzen liggen. Ruimte ontvangen en erom vragen. Je openstellen voor wat zich aandient en tegelijk trouw blijven aan jezelf.

Vraag jezelf als deelnemer af: “Waar zeg ik ja tegen als ik me overgeef aan een psychedelische reis?” Vraag jezelf als begeleider af: “Is er net zoveel ruimte voor hun nee als voor hun ja?”

Dit is de Nederlandse vertaling en verkorte versie van een artikel dat ik in samenwerking met PsyStandard heb geschreven. Het volledige Engelstalige artikel lees je op de website van PsyStandard hier.

Praktijk Lotte Boekhout

Herken je jezelf hierin? Misschien ben je benieuwd wat psychedelica voor jou kunnen betekenen en zoek je een benadering die bij je past. Als ervaren ACT-therapeut, gespecialiseerd in begeleiding van vrouwen, bied ik microdosingcoaching en individuele truffelceremonies.

Benieuwd? Plan een gratis kennismaking.

Bekijk mijn nieuwste artikelen over psychedelica voor vrouwen